Sarcopenie is een progressieve en gegeneraliseerde skeletspierstoornis.
Wat is Sarcopenie?
Sarcopenie wordt sinds 2016 door de World Health Organization (WHO) herkend als spierziekte. (1) Een van de meest gebruikte definities voor sarcopenie is opgesteld in 2018 en luidt: “Sarcopenie is een progressieve en gegeneraliseerde skeletspierstoornis die is gerelateerd aan een verhoogde kans op ongunstige uitkomstmaten, waaronder vallen fracturen, fysieke beperkingen en sterfte”. Sarcopenie wordt in deze definitie omschreven als een tekort aan spierkracht terwijl eerder de focus lag op de spiermassa. (1) Bij ouderen boven de 60 jaar wordt de prevalentie geschat tussen de 7 en 40% tot 50% bij 80-plussers. (2,3)
Bekendheid (13)
Ondanks de hoge prevalentie is er onder therapeuten nog weinig kennis en aandacht voor sarcopenie. (4,5) Uit onderzoek blijkt dat de bekendheid van sarcopenie onder therapeuten laag is en dat therapeuten hun eigen kennis als matig tot onvoldoende beoordelen. Therapeuten geven aan dat ze praktische handvatten missen ter preventie en behandeling van sarcopenie. (6) Hopelijk geeft www.allesoversarcopenie.nl u de handvatten om sarcopenie te voorkomen en/ of te behandelen.
Symptomen
In de vroege fase van sarcopenie zijn er meestal geen symptomen. In een later stadium kunnen een aantal van deze symptomen zichtbaar worden:
- Moeite met opstaan uit de stoel of traplopen
- Moeite met traplopen of
- Valincidenten of
- Moeite om zware dingen te tillen zoals boodschappen
Sarcopenie komt ook voor bij patiënten met overgewicht, bij deze groep is sarcopenie mogelijk moeilijker te diagnostiseren. Vooral in de leeftijdscategorie vanaf 60 jaar nemen de percentages van sarcopene obesitas en sarcopeen overgewicht sterk toe. Doordat deze personen te dik zijn, wordt vaak onvoldoende gesignaleerd dat de spiermassa van deze personen onder de maat is. (14)
Risicofactoren
Leeftijd speelt een belangrijke rol bij sarcopenie. Zo neemt spierkracht vanaf het 50ste levensjaar gemiddeld met 1-2 % per jaar af. Daarnaast zijn een tekort aan lichaamsbeweging, ondervoeding en in het bijzonder een tekort aan eiwitten, aminozuren en vitamine D een risicofactor. Naast deze factoren kunnen neurologisch, endocrinologische en bepaalde inflammatoire aandoeningen zoals COPD en reumatoïde artritis een negatief effect hebben op de aanmaak van spierweefsel.
Pathofysiologie
Sarcopenie kan verschillende oorzaken hebben. Als de verminderde spierkracht een gevolg is van het verouderingsproces noemen we dit primaire sarcopenie. Is sarcopenie een gevolg van bijvoorbeeld ziekte, inactiviteit of een tekort aan voedingsstoffen noemen we dit secundaire sarcopenie.
Spiermassa wordt gecontroleerd door een evenwicht tussen processen die enerzijds de aanmaak (anabolisme) van spiervezels stimuleren en anderzijds die de afbraak van spiervezels stimuleren (katabolisme). Een goede balans tussen deze processen is van belang voor de functionaliteit en voor het behoud van spiermassa. Deze balans lijkt vaak verstoord bij mensen met sarcopenie. (7)
Ouderen consumeren in het algemeen minder voedingsstoffen vergeleken met jongeren. Daarnaast zorgt het verouderingsproces ervoor dat spierweefsel minder gevoelig wordt voor eiwitten, dit noemen we anabole resistentie. De anabole resistentie zorgt ervoor dat ouderen meer eiwitten nodig hebben voor de aanmaak en behoud van spierweefsel. Dit wordt gezien als een van de belangrijkste factoren die leiden tot spiermassaverlies bij ouderen.
Anabole resistentie vindt in meerdere fysiologische processen plaats. De opname van eiwitten, aminozuren en uiteindelijke de opname in spieren kunnen verstoord zijn. Dit kan leiden tot een verlaagde anabole respons in de spieren na het eten van eiwitten. Daarnaast verlaagt een periode van inactiviteit zoals bij een ziekenhuisopname de aanmaak van spierweefsel. Insulineresistentie, obesitas en ziektes met een verhoogde ontstekingswaardes kunnen ook bijdragen aan een verlaagde anabole respons op voeding. Anabole resistentie is dus niet alleen een gevolg van het verouderingsproces, maar ook een gevolg van een verminderde fysieke activiteit en de afname van metabolisme. (8)
Screening/diagnostiek
De screening en diagnostiek van sarcopenie binnen Nederland wordt beschreven in de “Consensus over de criteria en diagnose van ondervoeding en sarcopenie”. (9) De SARC-F (nuttige links en downloads) screent op sarcopenie door uit te vragen hoeveel moeite een persoon heeft met vier ADL activiteiten en de valgeschiedenis uit te vragen. (10) Elke vraag kan beantwoord worden met geen moeite (0 punten), enige moeite (1 punt) of veel of lukt niet (2 punten). Bij meer dan vier punten op de SARC-F is er een hoog risico op sarcopenie.
Als de SARC-F positief is raad de consensus aan om aan de hand van de handknijpkracht de spierkracht te meten. (1,11) Bij een handknijpkracht score onder de afkapwaarde (16kg vrouwen, 27kg mannen) kan in de klinische setting een behandeling gestart worden voor sarcopenie. De kwantiteit en kwaliteit kan vervolgens gemeten worden door een onder andere een MRI, BIA of DEXA scan. Als sarcopenie in deze stap wordt bevestigd wordt de ernst bepaald aan de hand van de loopsnelheid, Short Physical Performance Battery, timed up and go en 400 meter looptest afgenomen. (1)
Als u sarcopenie vermoedt is het afnemen van de SARC-F een makkelijke eerste stap om vast te stellen of er mogelijk sprake is van sarcopenie.
Rol van de fysiotherapeut
De fysiotherapeut ziet mogelijk veel patiënten die een verhoogd risico lopen op sarcopenie. Door de onbekendheid van sarcopenie zijn er veel patiënten die dreigen sarcopenie te ontwikkelen of de diagnose nog niet gehad hebben. Fysiotherapeuten hebben hier dus een belangrijke rol te spelen in het herkennen en behandelen van sarcopenie.
Samenwerkingen
Gezien de complexe aard van sarcopenie kunnen er veel verschillende disciplines bij de behandeling van sarcopenie betrokken zijn. Veel beroepen komen regelmatig in contact met personen die mogelijk sarcopenie hebben. Deze beroepen hebben dan ook allemaal een signalerende functie. Denk hierbij aan de thuiszorg, POH’ers, ergotherapeuten, dagbesteding en huisartsen, maar natuurlijk ook mantelzorgers.
Als de oorzaak van de sarcopenie niet duidelijk is of u vermoedt dat er een onderliggende oorzaak is, dan is het wenselijk om de patiënt naar de huisarts te verwijzen. Vermoedt u dat de voedingsinname niet voldoende is dan kan het wenselijk zijn de patiënt door te verwijzen naar de diëtist.
Huisarts
De huisarts kan de diagnose sarcopenie stellen en mogelijk onderligende medische oorzaken behandelen. Zo nodig kan de huisarts naar de benodigde specialisaties verwijzen. Daarnaast kan de huisarts al algemene adviezen geven over beweging en voeding.
Diëtist
Voor een effectieve behandeling is zowel een goed bewegingspatroon nodig als voldoende voedingsstoffen zoals eiwitten en aminozuren. De diëtist inventariseert de voedingstoestand van de patiënt, en stelt in overleg met de patiënt het behandelplan op, evalueert de behandeling en stemt het voedingsplan af met andere behandelaars.
Behandeling van de fysiotherapeut
Progressieve krachttraining is effectief gebleken bij het behandelen van sarcopenie, al is het bewijs wisselend van kwaliteit. Verschillende trainingsvormen zijn mogelijk zoals: functionele krachtoefeningen, elastieken, gewichten, oefeningen met gebruik van het eigen lichaamsgewicht en fitnessapparaten. De oefeningen moeten aangepast worden aan de patiënt en regelmatig geëvalueerd worden om waar nodig aangepast te worden. (12)
Door de zeer wisselende interventies die gebruikt zijn in de onderzoeken en de individuele wensen en belastbaarheid van de patiënten is er geen eenduidig advies te geven over de inhoud van de behandeling. De onderstaande trainingsparameters kunnen als startpunt worden genomen.
Per week 150 min gemiddelde of 60 min hoge intensiteit
- Intensiteit: Borg ervaren zwaarte 5-6/10 of 7-8/10.
- 3 of meer keer per week.
- 8-10 oefeningen voor gehele lichaam.
- Belangrijke spiergroepen: benen, heupen, borst, rug, schouder en armen.
- 3-5 sets van 8-12 herhalingen per spiergroep, waartussen 2 minuten rust. (13)
- Bekijk hier een oefenschema die u aan de patiënt kan meegeven.
Voeding
Voeding kan een belangrijke rol spelen bij sarcopenie en is naast inactiviteit een van de meest voorkomende oorzaken van sarcopenie. Aandacht voor dit onderwerp is dan ook van belang bij het behandelen van sarcopenie. Met name een tekort aan eiwitten, aminozuren en vitamine D kan bijdragen aan sarcopenie. De juiste hoeveelheid voeding, maar ook de juiste verdeling van de inname van voedingsstoffen over de dag is van belang. Dietisten raden aan om de inname van eiwitrijke producten te verspreiden over de dag. Waarbij 1,2 tot 1.5 gram eiwit per kg lichaamsgewicht aangeraden wordt.
Hieronder vindt u een paar praktische tips die de patient kunen helpen bij het verbetern van de voedingstoestand.
- Adviseer om bij elke maaltijd een eiwitrijk product te nemen (bijvoorbeeld een glas zuivel bij de broodmaaltijden, vis/vlees + toetje bij de warme maaltijd)
- Geef een lijst met eiwitrijke voedingsmiddelen mee.
- Adviseer de patient om een tussendoortjes te nemen met eiwitten, zoals stukje kaas, schaaltje kwark, noten.
Tip: Onder het kopje nuttige links en downloads vindt u een aantal handige websites en richtlijnen over (onder) voeding.
Take home message
- Sarcopenie is een veel voorkomend probleem bij ouderen met mogelijk negatieve gevolgen zoals vallen, verminderde kwaliteit van leven en sterfte.
- Er is te weinig aandacht voor sarcopenie binnen de zorg.
- Als u sarcopenie vermoed is het afnemen van de SARC-F een makkelijke eerste stap om vast te stellen of er mogelijk sprake is van sarcopenie.
- Om sarcopenie te behandelen zijn zowel krachtsoefeningen als een gezond eetpatroon van belang.
- Samenwerking is bij het behandelen van sarcopenie van groot belang.
Nuttige links en downloads:
Download hier onze infograhic over sarcopenie
Bronnen
- Cruz-Jentoft AJ, Bahat G, Bauer J, et al. Sarcopenia: revised European consensus on definition and diagnosis. Age and Ageing. 2019;48(1). doi:10.1093/ageing/afy169
- Bijlsma AY, Meskers CGM, Ling CHY, et al. Defining sarcopenia: the impact of different diagnostic criteria on the prevalence of sarcopenia in a large middle aged cohort. AGE. 2013;35(3). doi:10.1007/s11357-012-9384-z
- Baumgartner RN, Koehler KM, Gallagher D, et al. Epidemiology of Sarcopenia among the Elderly in New Mexico. American Journal of Epidemiology. 1998;147(8). doi:10.1093/oxfordjournals.aje.a009520
- Reijnierse EM, de van der Schueren MAE, Trappenburg MC, Doves M, Meskers CGM, Maier AB. Lack of knowledge and availability of diagnostic equipment could hinder the diagnosis of sarcopenia and its management. PLOS ONE. 2017;12(10). doi:10.1371/journal.pone.0185837
- Yeung SSY, Reijnierse EM, Trappenburg MC, Meskers CGM, Maier AB. Current knowledge and practice of Australian and New Zealand health‐care professionals in sarcopenia diagnosis and treatment: Time to move forward! Australasian Journal on Ageing. 2020;39(2):e185. doi:10.1111/AJAG.12730
- Brooijmans – Reuser M. S. , GMPE. Sarcopenie, Een kwalitatieve studie naar de huidige kennis en het handelen in de eerste lijn in West-Brabant. Published online August 2021.
- Lenk K, Schuler G, Adams V. Skeletal muscle wasting in cachexia and sarcopenia: molecular pathophysiology and impact of exercise training. Journal of cachexia, sarcopenia and muscle. 2010 Sep;1(1):9-21
- Wall BT, Dirks ML, Snijders T et al. Shortterm muscle disuse lowers myofibrillar protein synthesis rates and induces anabolic resistance to protein ingestion. Am J Physiol Endocrinol Metab, 2016;310(2):E137-47.
- Kruizenga, H., de van der Schueren, M., Vasse, E., & Jager-Wittenaar, H. (2018). Consensus over de criteria voor diagnose van ondervoeding en sarcopenie. Nederlands tijdschrift voor voeding & diëtetiek, 73(6), 10-16.
- Visser M, Schaap LA, Hobbelen JSM, Perkisas S, Sipers WMWH. Sarcopenie: screening en diagnose: klinische les. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 2020;164:D3824.
- Voelker SN, Michalopoulos N, Maier AB, Reijnierse EM. Reliability and Concurrent Validity of the SARC-F and Its Modified Versions: A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of the American Medical Directors Association. 2021;22(9):1864-1876.e16. doi:10.1016/J.JAMDA.2021.05.011
- 1Shen Y, Liu D, Li S, et al. Effects of Exercise on Patients Important Outcomes in Older People With Sarcopenia: An Umbrella Review of Meta-Analyses of Randomized Controlled Trials. Front Med (Lausanne). 2022;9:811746. Published 2022 Feb 3. doi:10.3389/fmed.2022.811746
- Vlietstra L, Hendrickx W, Waters DL. Exercise interventions in healthy older adults with sarcopenia: A systematic review and meta-analysis. Australas J Ageing. 2018;37(3):169-183. doi:10.1111/ajag.12521
- Wagenaar C.A., Dekker L.H. & Navis G.J. (2021). Prevalence of sarcopenic obisity and sarcopnic overwight in the general population; the lifelines chohrt study. Clin. Nutr. 40: 4422-4429.
